10 typische beginnersfouten bij het maken van een website

Voor het eerst een eigen website maken is een mix van enthousiasme en uitdagingen die helemaal nieuw voor je zijn. Dat enthousiasme willen we graag bewaren. De uitdagingen mogen natuurlijk best makkelijker worden.

Daarom laten we je graag profiteren van wat wij in de afgelopen 10 jaar geleerd hebben. We hebben zelf fouten gemaakt en we hebben ze ook bij anderen gezien.

Met deze tips en feedback voor typische beginnersfouten zet je de volgende stappen voor je website in de juiste richting.

1. Niet over je bezoekers nadenken

Schrijf je voor het eerst teksten voor een website, dan merk je ineens dat schrijven ook een vak is. Sommige mensen klappen dicht en blijven het schrijven maar uitstellen. Andere beginnen te schrijven en houden nooit meer op, zonder zich af te vragen wat een bezoeker eigenlijk wil lezen.

Je helpt jezelf door vooraf een plan te maken voor de pagina.

  • welke informatie komt er op de pagina?
  • in welke tussenkoppen verdeel je die informatie?
  • wat moet de bezoeker doen met die informatie?

Bijvoorbeeld:

Ik beschrijf waar een klant op moet letten bij het kiezen van kleding voor een fotoshoot.

  • Ik beschrijf: kleurkeuze, comfort, binnen- en buitenkleding
  • De bezoeker krijgt concrete adviezen zodat die zich zelfstandig kan voorbereiden.

Nu kun je gaan schrijven. Als je klaar bent met schrijven, gooi je alles weg wat niet in je plan past.

Laat je tekst daarna nog even lezen door een van je bestaande klanten. Die kunnen je zeggen of het duidelijk is en of je te veel of te weinig hebt geschreven. Vaak hebben ze ook nog heel goed advies uit het perspectief van een bezoeker.

2. Een lange of moeilijke domeinnaam

Bezoekers die je domeinnaam niet kunnen onthouden, komen ook niet op je website. Of ze moeten bij ieder bezoek googlen hoe je site ook alweer heet. Daar word je als bezoeker niet vrolijk van. Een goede domeinnaam is simpel om te onthouden en kost weinig moeite om te typen.

Bijvoorbeeld:

zoooooooomer-in-mijn-bol.nl is wel vrolijk, maar hoeveel o’s staan er nou precies? Dat woordgrapje kan je bezoekers kosten: het is gewoon te veel moeite om op die website te komen. Gebruik liever zomer-in-mijn-bol.nl, zodat bezoekers ook echt op je website uit komen.

Een kortere domeinnaam kan ook helpen. Meer typen is meer kans op typefouten. Trouwens, het is ook meer moeite. verenigingvanhuiseigenarenappelstraat.nl kan misschien ook vve-appelstraat.nl worden. Dat is makkelijker te typen en je houdt ook nog ruimte over op je visitekaartje.

We schreven al eerder over adviezen voor het kiezen van je domeinnaam.

3. Een onduidelijke navigatie

Bezoekers die weten wat ze zoeken, proberen de juiste pagina te vinden in je navigatie. Een heldere navigatie is dus belangrijk voor je website.

Vertel me nu eens waar deze website over gaat, als je alleen naar de navigatie kijkt:

Home – Diensten – Voorbeelden – Over mij – Contact

Dat kan nog alles zijn en daar heeft je bezoeker dus niks aan. De meeste websites hebben een homepagina, een “over ons”-pagina en een contactpagina. Bezoekers verwachten die pagina’s en willen ze ook makkelijk kunnen herkennen.

De andere pagina’s zijn specifiek voor jouw website en hebben dus specifieke, beschrijvende namen nodig. Je bezoeker heeft meer aan deze navigatie:

Home – Fotoshoots – Portfolio – Over mij – Fotoshoot boeken

Website navigatie

Of

Start – Marathontraining – Halve marathon training – Uitslagen – Hardloopcoach – Gratis looptraining

Website navigatie

4. Enorme tekstblokken

Tekst op je website is goed, voor je bezoekers en voor zoekmachines. Veel details in die tekst is zelfs nog beter. Maar een website is geen Word-document: bezoekers houden niet van lange alinea’s en zeker niet van enorme tekstblokken.

Bij een lang tekstblok raak je een deel van je bezoekers al kwijt voordat ze beginnen met lezen. Zonde, want je zet die tekst niet voor niets op je website. Met een paar simpele aanpassingen kun je je tekst veel makkelijker leesbaar maken:

  • gebruik korte alinea’s
  • gebruik witregels tussen alinea’s
  • geef je alinea’s eigen koppen

Website tekst: opmaak maakt het verschil

 

Veel online redacties hanteren een maximum van 4 tot 5 regels per alinea. Zo’n korte alinea is makkelijk te overzien en het voelt niet als een boel moeite om hem te lezen. Met een eigen kop voor een alinea wordt het ook makkelijk voor bezoekers om de pagina snel te scannen. De kopjes geven Google ook weer een beetje informatie, dus al met al gaat iedereen erop vooruit.

5. Halve keuzes

Op je eigen website kies jij welke inhoud je online zet. Jij hebt de regie over wat je bezoekers zien. Je moet dus keuzes maken.

En daar gaat het weleens mis. De slechtste keuzes zijn halve keuzes: “zet alles maar op de website, dan is alles beschikbaar”. Dat is alsof je je accountant vijf verhuisdozen aanbiedt met iedere brief die je het afgelopen jaar hebt gekregen. Zonder organisatie betekent dat heel veel zoeken en maak je het leven moeilijker voor je bezoekers.

Zet dus liever 5 goede foto’s op een pagina dan een set van 100 foto’s waar 5 goede tussen zitten. Liever één korte heldere alinea over je product, dan al je brochures van de afgelopen 5 jaar.

Een simpele vuistregel is: zet het alleen op je website als je goed weet wat je bezoekers eraan hebben.

6. Knoppen zonder tekst

Knoppen helpen je om links duidelijker zichtbaar te maken. Je zet een tekst op de knop die vertelt waar de knop naartoe linkt. Zo weten bezoekers waar ze uitkomen als ze op die knop klikken.

Als je die tekst weghaalt, verandert je knop in een gekleurd vakje. Bezoekers weten niet wat ze ermee kunnen en het ziet er wat verloren uit in je design.

Als je een knop niet nodig hebt in een blok, kun je hem uitzetten in de instellingen. Klik op het tandwiel en haal het vinkje bij “Knop” weg. Dat ziet er een stuk netter uit dan een knop waar niks op staat.

7. Alternatieve beschrijvingen vergeten

Je websites wordt een succes als er bezoekers naartoe komen. Een goede positie in Google voor de juiste keywords kan daar heel erg bij helpen. Een van de dingen waar Google naar kijkt is hoe je je foto’s beschrijft. Als je tenminste een beschrijving hebt ingevuld…

Die “alt-tekst” of “alternatieve beschrijving” van je foto’s was oorspronkelijk alleen voor blinden en slechtzienden die je website bezoeken. Omdat ze de foto niet kunnen zien, krijgen ze in plaats daarvan een beschrijving van wat er op de foto staat.

Google is die beschrijving gaan gebruiken om te begrijpen wat er op de foto te zien is. “Wat er op de foto staat, zegt vast ook iets over waar de pagina over gaat.” is dan de redenering. De “alt-tekst” is dus belangrijk geworden voor je SEO.

Om de beschrijving in te voeren klik je op een foto. Je ziet dan een brilletje. Klik daarop en je kunt de “alt-tekst” invoeren. Zet daar dan één of meerdere keywords voor die pagina in.

8. Pixelige foto’s

Grote foto’s werken goed op een website. Als ze een hoge resolutie hebben. Heeft een foto een lage resolutie, dan zie de pixels als je de foto groot laat zien. Je bezoeker ziet dan geen mooie foto, maar een slechte uitvoering.

Wil je een foto laten zien die je niet in hoge resolutie hebt? Kies dan een blok waar je foto kleiner getoond wordt of een blok waar meerdere foto’s in staan. Dan heb je wel het juiste beeld, maar niet de slechte uitvoering.

Een goede test is om je website te bekijken op een zo groot mogelijk scherm. Als je foto daar scherp uitziet, dan zie je op kleinere schermen zeker geen pixels.

Heb je geen goede foto met de juiste resolutie? Dan ziet het er waarschijnlijk beter uit om hem voorlopig weg te laten. Geen foto is beter dan een slechte foto. Je kunt op die plek ook voorlopig een stockfoto kiezen.

9. De footer vergeten

Wat zet je in de footer van je website? Informatie die je bezoekers op elke pagina moeten zien. Bijvoorbeeld een link naar je contactpagina of je adresgegevens. In een goede footer staat weinig, maar wat er staat is nuttig.

Als je bijvoorbeeld alleen links naar de systeempagina’s laat zien, verander dan de layout. Je kunt die links naast elkaar zetten. Dan is je footer minder hoog en gebruik je de ruimte veel beter.

10. Niet op auteursrecht letten

Er zijn heel veel foto’s die je makkelijk op Google kunt vinden. Toch is het niet echt slim om ze op je website te gebruiken. Google kan je laten zien wat voor foto’s er zijn, of je ze ook mag gebruiken van de fotograaf weet je dan nog niet.

Gelukkig zijn er veel fotografen die duidelijk maken wat je met hun foto’s mag doen. Ze gebruiken bijvoorbeeld Creative Commons licenties waarmee je precies kunt zien onder welke voorwaarden foto’s gebruikt mogen worden.

Bij Jimdo helpen we je ook. Kies je in je bibliotheek voor “Van Jimdo”, dan zie je alleen foto’s die auteursrechtenvrij zijn. Die mag je dus gebruiken op je website.

Als je zelf foto’s op je website zet, praat dan even met de fotograaf over het auteursrecht. Zelfs als de fotograaf er niks voor wil hebben, dan kun je altijd nog een link plaatsen naar de website van de fotograaf. Voor foto’s die wij je aanbieden, zorgen wij er automatisch voor dat er een vermelding met link in je impressum komt.


Heb jij tips voor anderen die voor het eerst een website maken? Deel ze hier. Als je je website erbij noemt, kunnen anderen meteen zien hoe je die tips zelf hebt toegepast.